collecties

Door Frank Eerhart

Verwantschap en verbinding.

Frank Eerhart in gesprek met Paul Raedts en Ted Raedts-Thomassen.

Paul en Ted Raedts wonen in Deurne. Het huis ligt in een bomenrijke omgeving in een rustige buurt waar op de oktobermiddag van het interview herfstbladeren in allerlei kleuren het straatbeeld bepalen. Later zal blijken dat dat symbolisch is voor het gesprek. Nadat de hond door Paul naar zijn mand is verwezen, stap ik naar binnen. Al direct wordt in de hal en in de woonkamer mijn aandacht getrokken door kunstwerken en kunstvoorwerpen die ze in de loop der jaren verzameld hebben. Het is – zo blijkt – een brede collectie, variërend van Romeinse kunst, religieuze kunst, kunstenaars als Bram Bogart en Hans van Hoek. Paul en zijn vrouw Ted zijn kunstliefhebbers, dat is duidelijk. Dat maakt nieuwsgierig naar hoe ze in de afgelopen 40 jaar met verzamelen te werk zijn gegaan en of er een idee achter zit. Waarom verzamelt iemand?, waarom wil je kunstvoorwerpen om je heen hebben? Paul is psychiater, “zenuwarts”, staat er op zijn naambordje aan de buitengevel, Ted is klinisch psycholoog. Begin jaren 70 werkten ze samen in Tanzania, Paul als algemeen arts, Ted als vrijwilligster, omdat gehuwde vrouwen geen baan mochten hebben. Ze assisteerde in een Mater Amabilisschool. Tijdens hun verblijf in Tanzania werd de kiem gelegd voor een blijvende interesse in de Afrikaanse cultuur.

Hoe vroeg is jullie interesse voor kunst en voor de diverse culturen begonnen?


Paul: Thuis was er bewondering voor het ambachtelijke, voor vakmanschap. Mijn vader was aannemer en in Noord Limburg – ik kom uit Oostrum bij Venray- volgden wij de kunstenaars in de buurt. Met Afrika maakte ik als jonge jongen kennis door met mijn vader naar het hoorspel: “Kampvuren langs de evenaar”, te luisteren, naar het boek van Paul Julien. Vlak over de grenslag de plaats Kevelaer, een van de belangrijke bedevaartsoorden in Europa waar Maria als troosteres van de bedroefden nog altijd vereerd wordt. Er was daar destijds veel religieuze kunst te koop. De winkel “Christliche Kunst Bauer” bestaat nog altijd, nu met webshop. Het roomse leven had toen grote invloed, ook in de kunstbeleving.
In het gezin waarin Ted opgroeide, ze werd net als Paul geboren in Noord Limburg, was er veel belangstelling voor cultuur. Er werden regelmatig kunstwerken aangeschaft.


Ted: Mijn ouders kochten werk van regionale kunstenaars, schilderijen en beelden. Het was een blijk van waardering en soms ondersteuning. Ze waren ook geïnteresseerd in meubels, moderne stoffen van De Ploeg en gebruiksvoorwerpen van goede merken. Kwaliteit speelde thuis eigenlijk altijd een grote rol. We waren in het grensgebied, waar ik opgroeide wat cultuur betreft meer op Duitsland gericht. Mijn ouders bezochten regelmatig galeries in Düsseldorf.

In zijn gymnasiumtijd was Paul geboeid door het schoolboek Ars longa, kunstbegrippen geschreven door dr. J.H.J. Willems. Dat boek verschafte hem inzicht in verschillen en overeenkomsten tussen de diverse religies en culturen in de wereld.
Paul: Verzamelen is een opening naar de cultuur van mensen. Hun voorwerpen, hun beelden bieden je een mogelijkheid om er kennis mee te maken, om ze in je handen te hebben, ze te voelen, te ervaren en te bestuderen. Het is een ontmoeting met de maker en zijn cultuur. Ik ben altijd op zoek naar de verbinding. De verschillen zijn het uitgangspunt, die vallen het eerste op, maar ik probeer te ontdekken waarin gebruiken en kunstuitingen elkaar raken. Dat begon voor mij met interesse in de Romeinse kunst en de christelijke religieuze kunst en haast als vanzelf volgden andere religies en culturen. De vorm is anders, niet het daaraan ten grondslag liggend denken. Er is wederzijdse beïnvloeding en dat ervaar je in de ontmoeting.

Li: Anna te drieën, 2de helft 15de eeuw, h 67 cm. Re: Stèle drie godinnen, Romeins 1e-2e eeuw h 31 cm



We hebben een beeld van Anna ten drieën, een voorstelling die door vele kunstenaars is verbeeld: de grootmoeder, Anna, als hoofd van het gezin, Maria als haar dochter en Jezus als kind en kleinkind: de aardse drie- eenheid. Het christelijk thema van afkomst en verwantschap van Maria en Christus was opgekomen in de negende eeuw en vond bredere weerklank vanaf de twaalfde eeuw. Het thema sloot nauw aan bij de belangstelling van de feodale riddermaatschappij voor de eigen genealogieën in heden en verleden. De geestelijkheid kon op deze voorkeuren inspelen en de bronnen zo bewerken dat zij aantrekkelijk werden voor zowel een breed als select publiek. Het zijn beelden die een verhaal vertellen over verbinding en voorspraak. Zij maakten de menswording van Christus zichtbaar in een aansprekende vorm.

Verzameling Braziliaanse beelden, 20ste eeuw, h 20-45 cm.


Door de diaspora van de Afrikaanse cultuur vond met name vermenging van de Afrikaanse cultuur plaats met de christelijke cultuur. In feite passen deze ook goed bij elkaar, het zijn uiteindelijk agro-culturele godsdiensten en zijn daardoor een mooi voorbeeld van syncretisme. In Brazilië zijn er veel heiligenbeelden in de volkscultuur. We hebben er in een kast boven op mijn werkkamer een hele verzameling van. We hebben ze telkens van reizen in Brazilië tussen 1985 en 2000 mee genomen, toen wij er voor de stichting Sao Martinho voor hulp aan straatkinderen regelmatig kwamen. Die beelden bieden hulp bij live events zoals geboorte, dood, ziekte, verlangen, verliefdheid. Ze moeten voorspraak zijn, bemiddelen om aan de goede God een gunst af te smeken. Het zijn vaak syncretische beelden, waarin de Portugees christelijke voorstelling wordt vermengd met die van de Afrikaanse cultuur van de slaven. Voorbeelden zijn de Candomblé, de Winti godsdienst, de Lucimi (meer bekend onder de naam Santeria) enz.

Dat is wat me ook in de etnografica aantrekt, of beter gezegd, de functie van het beeld in de cultuur en hun vormgeving. We kijken er nu naar als kunstobject, maar voor de Afrikanen was het dat, toen het nog in gebruik was, niet. Niet als autonome kunst. Het was niet anders dan in onze romaanse periode. De maker bleef vaak anoniem, zijn taak was louter het zo goed mogelijk verbeelden in dienst van de gemeenschap.

We zijn echte museumbezoekers, we gaan vaak naar tentoonstellingen. Ik interesseer me voor het ontstaan van musea, zoals ooit de al in de 16de eeuw florerende Kunstkammer of Wunderkammer de latere musea werden. Fascinerend is het Teylers Museum in Haarlem, waar de geschiedenis van het ontstaan van de aarde en de wetenschap in beeld is gebracht met prachtige vondsten en objecten. Vaak voorbeelden hoe mensen greep kregen op hun omgeving en dit door middel van godsdienstige ceremonieën en later met wetenschappelijke instrumenten probeerden vast te leggen Onze voorkeur gaat nu meer uit naar moderne musea, ook naar de soms imposante gebouwen, omdat we ons daardoor meer verbonden voelen met de eigen tijd. Niettemin blijft het verleden het fundament van het heden.

Ook voor Ted is het verhaal, de achtergrond van de stukken waardevol en interessant, maar haar aandacht gaat allereerst uit naar de esthetiek, naar de schoonheid. Het moet haar raken. Ze gaat daarom intuïtiever te werk bij het kijken naar kunst en vooral bij haar keuze om een kunstwerk te willen hebben. De behoefte aan informatie komt pas later.

Ted: Misschien komt dat, omdat ik ermee ben opgegroeid. Die aandacht voor mooie voorwerpen en kunstwerken ken ik, zoals ik eerder zei, van huis uit. De dingen die ik zie moeten me aanspreken op harmonie, op een aantrekkelijk uiterlijk, op de schoonheid ervan. Pas daarna komen voor mij de betekenis, de functie en de eventuele geschiedenis, dat is ook zo bij Afrikaanse objecten.

Paul: Wat mij fascineert bij een Afrikaanse beeld is, dat het voor degene van wie het beeld is, pas functioneert als er een geest die waakt over je geluk en andere levensfacetten bezit van heeft genomen: het beeld moet werken.

Hierin verschilt de Afrikaanse beeldencultuur van de christelijke cultuur. In de christelijke cultuur, representeren ze de vorm van een heilige die je kan aanroepen als voorspreker bij de grote baas in de hemel. Het beeld is een representatie van die heilige. Afrikanen maken of maakten beelden die een kracht bevatten door de erin schuilgaande geest. De vorm moet mooi en krachtig zijn anders neemt de aangeroepen geest er geen bezit van. Het feit dat ze een beeld verbranden of vernietigen dat zijn werk niet doet, of het beeld activeren door er spijkers in te slaan, of door het te overgieten met geladen materie is veelzeggend. Die lading en de manier waarop er met beelden en objecten werd omgegaan vind ik ongelooflijk boeiend. Ik ben daar nieuwsgierig naar en lees er daarom veel over. Interessant is het gegeven dat bij taalonderzoeken in de jaren dertig in de Afrikaanse talen vaak het begrip schoonheid was gekoppeld aan de werking van het beeld.

Wanneer zijn jullie begonnen met verzamelen?


Paul: In onze tijd in Tanzania fascineerden mij bijvoorbeeld de eenvoudige kookpotten, gewoon vanuit het idee dat dat zowel in de Afrikaanse als in de Europese cultuur de vorm hetzelfde was. Het mechanisme hoe men het beste kan verhitten, de onderliggende gedachte was precies hetzelfde. We hebben er nog een uit die periode. We hebben uit allerlei culturen verzameld, op zoek naar de onderliggende gedachten en hun vormgeving. Niet zozeer in waarin ze verschillen, maar waarin ze elkaar vinden. Wat hebben ze gemeenschappelijk, wat verbindt ze?

De belangrijkste reden om zelf kunst te willen bezitten, is voor mij de tastbare ontmoeting. Het gevoel dat het object bij aanraken opwekt en de gedachte dat de maker misschien dezelfde ontroering heeft gevoeld. Als ik dat Romeins reliëf vast heb (foto: zie boven), denk ik er aan dat iemand dat bijna tweeduizend jaar geleden ook heeft aangeraakt met dezelfde soort handen als ik en dit beeld gemaakt heeft in de maatschappelijke ordening van die tijd. Kennis is dan ook onontbeerlijk. Het is een venster naar hun cultuur. Het is daarom de moeite waard om de achtergronden van de objecten te kennen en te bestuderen.

Van links naar rechts: Sint Rochus, 19de eeuw h 58 cm. Angas Beeld, Nigeria h 51 cm. Yoruba Naga regio, 19de eeuw h 53 cm


We hebben een beeld van Sint Rochus, de heilige die beschermt tegen de pest. Dat beeld vertelt het verhaal van de pelgrim, een Franse edelman uit Nimes, die op de terugweg vanuit Rome wordt geraakt door de mensen met deze ziekte. Op dat moment besluit hij zijn verdere leven te wijden aan de verzorging en geeft hij zijn adeldom op. Uiteindelijk kreeg hij de ziekte ook. De op het beeld aangebrachte details vertellen zijn verhaal: de wond op zijn bovenbeen, de engel die zijn wond verzorgt, de hond die hem brood brengt, de Sint Jacobsschelp, de sleutels van Petrus. Het zijn eigenlijk oerbeelden van het begrip naastenliefde en de beloning die je wacht. Bij Afrikaanse beelden zie je soms ook zulke toevoegingen, maar minder naturalistisch. Beelden verwijzen ook daar naar waarvoor ze dienen: moederschap, geboorte, vruchtbaarheid. Zulke beelden hebben een functie, het zijn ook levenslessen door de verhalen die erbij horen.

Ted: In religies ervaar je de verbinding. Als je mensen vraagt naar hun zielenroerselen, merk je dat het vaak over dezelfde dingen gaat, de behoefte aan houvast, waardering, liefde. Een object kan je raken, dat is voor mij het eerste criterium. Je zoekt steeds meer de uniciteit, de eenvoud, ook in etnografica. Paul is meer de antropoloog, de betekenis van een beeld in zijn culturele context vindt hij belangrijker dan ik.

Paul: We hebben bijvoorbeeld een Angas beeld uit de Benue regio in Nigeria, een beeld dat onder andere bij de healing cultus gebruikt wordt. Het beeld kan ook helpen bij pech in het leven of bij het straffen van dieven. We kochten het in 2018 bij Kevin Conru in Brussel.

Ook het knielende Yorubabeeld vertelt een verhaal:
De versiering op de pot is mogelijk het symbool van Shango. De kaurischelpen verwijzen naar orakels. De pot wordt gebruikt om er 16 gewijde palmnoten in te bewaren, waarmee de Ifapriesters communiceren met Orunmila, de god van het lot. Het beeld komt uit de collectie van Martin Coppens, fotograaf en etnograficaverzamelaar. Wij kochten het begin jaren 90 van zijn zoon.


Bij het Ubangi beeldje zien we sterke stilistische vormen, bijna kubistisch. Het beeldje stelt Nabo voor. Het werd aangeroepen om ziekten te genezen, te helpen bij onvruchtbaarheid, of bij calamiteiten. De stand van de benen verwijst naar de dans of de sprong of het beven bij het in trance raken. We kochten het bij Joaquin Pecci in Brussel, die het weer van Alain de Monbrison verwierf.

Hoe maakten en maken jullie je keuze bij het verzamelen van etnografica?

Ted: In de loop van de jaren is onze keuze van het soort objecten dat we verzamelden veranderd, vooral wat de etnografische stukken betreft. Onze voorkeur gaat nu uit naar beelden met minder detail, met minder verfijning. Wij kiezen voor meer gestileerde beelden die ogenschijnlijk eenvoudiger van vorm zijn maar een zeer krachtige uitstraling hebben. Onze laatste aanwinst is een prachtig masker van de Ogoni uit Nigeria, sterk symmetrisch en met een ongelooflijke spanning. Het komt van Renaud Vanuxem in Parijs.


Paul: We hebben ons daarbij laten adviseren door inmiddels goede vrienden van ons Gerard en Marja van den Heuvel. We kwamen jaren geleden met Gerard in contact bij een rondleiding voor de de leden van de Vereniging Vrienden Etnografica, waar wij lid van zijn. Het betrof een tentoonstelling in het Afrika Museum in Berg en Dal. Ted vroeg hem, reagerend op zijn opmerking dat het een zeldzaam prachtig beeld was waar we naar keken, hoe je bepaalt wat de goede stukken zijn en waaraan je ze herkent. Hij beloofde ons er bij een andere gelegenheid iets over te zeggen. Op dat moment, tijdens de rondleiding, was het lastig voor hem om daar uitgebreid op in te gaan. Zo kwam het dat niet lang daarna Gerard en Marja bij ons thuis kwamen om onze etnograficaverzameling te bekijken. Gerard is een erudiet en een empathisch mens, maar hij was gelukkig kritisch toen we er uitdrukkelijk naar vroegen: “zeg gewoon wat je van de diverse beelden vindt”. Het is altijd lastig. Het is onze beste les geweest, dat hij dat toch deed. Niemand wil een ander kwetsen, maar je wordt er niet wijzer van als alles uit beleefdheid “interessant” gevonden wordt. Gerard heeft ons beter leren kijken naar wat we zelf verzameld hadden. Als je eenmaal zover bent, dat je openstaat voor een kritische, eerlijke duiding heeft dat consequenties. Hij adviseert ons belangeloos bij het aanschaffen van stukken. We mogen hem raadplegen als we iets zien wat ons interesseert. Soms komt hij zelf met een tip en als het ons aanspreekt, gaan we daar wel op in. Hij beschikt over een uitgebreide etnografica documentatie en zoekt alles uit. Hij is onder andere gespecialiseerd in Ubangi beeldjes en werkte mee aan een belangrijke publicatie daarover. Het is, denken we, de eenvoud en de puurheid van dergelijke beeldjes die op ons oversloeg. Je gaat kritischer kijken naar wat je in al die jaren verzameld hebt en komt tot de conclusie dat het vooral veel is en soms van een matige kwaliteit. Dan heb je het punt bereikt, dat je wilt opschonen. Je merkt dat enkele kwalitatief goede stukken je meer plezier bezorgen dan een grote hoeveelheid mindere beelden. We hebben daarom in de afgelopen jaren nogal wat stukken weggedaan, waardoor er weer plaats kwam voor de meer bijzondere en authentieke stukken.

Wat doet het met jullie om zo’n verandering in kwaliteit door te maken?


Ted: Als je eenmaal op dat spoor zit, merk je dat het hebben van goede beelden om je heen je meer voldoening geeft. Ze verrijken ook je kennis. Op mindere stukken raak je dan uitgekeken. Eerst zet je ze weg, de kamer uit, en uiteindelijk wil je er liever van af. Naarmate je je meer in etnografica verdiept, ga je zien dat er dingen niet kloppen. Je ziet beter het verschil tussen goede stukken en de objecten die voor de handel gemaakt zijn. Praten met vrienden die eerlijk zeggen wat ze vinden is een betere leerschool dan je gelijk willen halen. Je gaat zien dat er een essentieel verschil is tussen wat je noemt decoratieve stukken en authentieke stukken. Dat is een leerproces. We bezoeken regelmatig tentoonstellingen en galeries en door vooral daar goed te kijken en je te laten informeren, kijk je kritischer naar wat je zelf verzameld hebt.

Paul: Goede stukken doen je wat. Het is een ontmoeting tussen beeld en de kunstenaar in zijn cultuur. Wij zijn niet heel streng in het verzamelen, in de betekenis van: dat zoeken we en het mag niet iets anders zijn. Voor ons geldt dat het een goed beeld of masker is met een bijzondere uitstraling, zoals bijvoorbeeld het Lega masker dat we in 2018 kochten bij Pecci in Brussel.


Maar omdat we niet meer de jongsten zijn wordt het alsmaar meer willen verzamelen vanzelf een beetje minder. De verzameling wordt in toenemende mate een inspiratiebron voor kennisverwerving.

Speelt geld een rol en verantwoord investeren bij het verzamelen?


Paul: Nee, het gaat ons niet om geld, of om het idee van een goede belegging. Dat is zeer betrekkelijk. Je weet sowieso niet hoe prijzen zich ontwikkelen. Uiteraard moet je je een bepaald budget kunnen permitteren om goede dingen te verzamelen, dat is zo. Wij hebben voor het aankopen van kunstvoorwerpen, een jaarlijks vast bedrag gereserveerd. Dat helpt om te bedenken waaraan je dat zult besteden. De laatste jaren gaat dat vooral naar etnografica.

Het gaat zoals gezegd niet meer om het willen hebben van veel objecten, maar liever om dat ene goede masker of beeldje. Als dat binnen het budget gevonden wordt, geeft dat veel voldoening.


Hoe maak je de keuze?


Ted: Bij een volgende aankoop letten we vooral op wat we al hebben. Daar gaat onze aandacht als we ergens kijken bijna vanzelf naar uit. Ubangi beeldjes bijvoorbeeld hebben een oeruitstraling, iets krachtigs en essentieels. De betekenis die zulke beeldjes ooit voor mensen in Congo moet hebben gehad, is bijna voelbaar. Je herkent dat ook in het Mumuye beeldje dat we hebben. Deze beelden zijn pas na de Biafra oorlog op de markt verschenen.

Wat draagt het lidmaatschap van de vereniging, de VVE, bij aan het verzamelen?


Ted: Het is waardevol als verzamelaars en leden van etnografische verenigingen met elkaar van gedachte wisselen over hun collectie. Huisbezoeken zijn daarvoor een middel. We hebben nu al zo’n tien jaar een groepje van negen mensen dat elke twee maanden bij elkaar komt om over etnografica te praten. Eerst lunchen we uitgebreid en daarna bespreken het object dat ieder heeft meegenomen uit zijn verzameling, een nieuwe aanwinst bijvoorbeeld waar hij of zij iets over wil vertellen. We geven elkaar commentaar en stellen vragen. Soms is het lastig als je twijfelt aan de echtheid van een meegebracht object om daar openlijk over te praten, maar van die verschillende meningen en visies word je uiteindelijk alleen maar wijzer. We laten ons graag verrassen door mooie of bijzondere beeldjes en objecten die de leden van de groep hebben meegenomen. Ons uitgangspunt is: je moet kennis meebrengen als je ook kennis wilt halen.

Hoe zijn jullie ervaringen met de kunsthandel?

Paul: Het is verstandig om bij betrouwbare handelaren te kopen, omdat je er dan van mag uitgaan dat de herkomst van het beeld in orde is. We kochten ook wel van leden van de Vereniging (VVE). Ik wilde dan – indien mogelijk – de herkomst weten. Zo was bijvoorbeeld de Ten Houten collectie bij de leden bekend. Ten Houten reisde veelvuldig in de tropen. Hij had in 1970 een groot deel van zijn collectie Afrika en Indonesië in bruikleen gegeven aan het Volkenkundig Museum Gerardus van der Leeuw in Groningen. Beelden uit die collectie waren over het algemeen aangemerkt als authentiek en kwamen met enige regelmaat beschikbaar, omdat Ten Houten vond dat er teveel van zijn stukken in de kelder van het museum bleven staan. We kochten in 1996 een beeldje van de Aowin, een Akan-volk, dat versierd is met een fraai uitgewerkt kapsel. Dat kapsel geeft de rang en sociale positie aan. Dit beeldje stelde een belangrijke vrouw voor; het zal ooit in een schrijn gestaan hebben.



Kun je je als psychiater en psycholoog voorstellen dat beeldjes iemand kunnen helpen?


Paul: Ik ben daarvan overtuigd. Kijk maar naar de nog altijd grote behoefte aan bedevaarten. Voorwaarde is wel geloof en vertrouwen. Beelden hebben in die zin wel een functie in de geloofscultuur. Mijn idee is dat beelden mensen in een andere belevingswereld kunnen brengen, waardoor ze afstand kunnen nemen van hun problematiek. Uiteraard speelt suggestie daarbij een rol. Maar ook in onze wetenschappelijk gevormde medische wereld bestaat deze suggestie nog steeds. Uit wetenschappelijke publicaties is bekend dat 30 procent van de medicijngebruikers zich beter voelt door suggestie na gebruik van medicatie, die kan bijdragen in het omgaan met klachten. Het belangrijkste in de ontmoeting tussen mensen is aandacht, het gevoel dat ze gehoord worden. Geloof of bijgeloof kan mensen in evenwicht brengen, of ze nu mij geloven of in iets anders, in dat opzicht is er wel een parallel met Afrika.
Zich gewaardeerd voelen door familie en vrienden, een doel hebben in je leven en je erkend voelen door de maatschappij daar draait het om in alle culturen.

Ted: Toen ik nog kinderen behandelde, liet ik ze vaak tekeningen maken over hun angsten. Ik vroeg Paul soms om buiten in de tuin een vuurtje te maken. Het kind mocht die tekeningen dan verbranden. Je zou dat een soort ritueel kunnen noemen. Angsten blijven komen in een leven, je moet ermee leren omgaan. Het was een middel om dat te leren. Ik vroeg aan de mensen die ik behandelde altijd na drie sessies of ze het gevoel hadden dat ze er iets mee opschoten. Vertrouwen in de overdracht tijdens de therapie is enorm belangrijk. Als dat niet het geval was, beëindigde ik de behandeling. Die kon gerust bij een collega voortgezet worden, maar voor mij en ook voor de patiënt had het geen zin als er geen klik was. Vertrouwen tussen mensen; daar draait alles om

Vergelijkbare artikelen

collecties

Cornelis Pieter Meulendijk:‘uitsluitend die voorwerpen verzamelen die esthetischekwaliteiten hebben’

Meulendijk behoort met een paar anderen tot een selecte groep Nederlandse verzamelaars van tribale kunst...

3 October 2023

collecties

Verzamelen als tweede natuur

Hugo en Loes zijn geboren in Indonesië. Na de oorlog kwamen zij naar Nederland, waar...

21 June 2023

collecties

Wijzer worden van elkaar

Frank Eerhart in gesprek met Jos Weerts, voorzitter van de Vereniging Vrienden Etnografica

23 November 2022