Geveild werden in totaal 153 lots, waarvan maar liefst 95 afkomstig waren van de mij niet bekende Grassi collectie uit Tervuren. Verder waren er ook nog 6 objecten, hoofdzakelijk Oceanië, afkomstig uit Nederlandse collecties.
De veiling was redelijk succesvol, gezien de moeilijke tijden voor verkoop.
Van de 153 aangeboden lots bleven er uiteindelijk 48 onverkocht, dus zo’n 31%. Onder die 48 onverkochte lots bevonden zich een viertal behoorlijk hoog getaxeerde objecten, zoals de lots 5, 32, 33 en 34 met een taxatie van resp. 26.000 – 33.000; 40.000 – 50.000, 60.000 – 80.000 en 25.000 – 30.000. Dit nadeel werd overigens deels gecompenseerd door enkele flinke meevallers bij de wel verkochte lots zoal de lots 39, 65, 73 en 111. Taxaties resp. 8.000 – 12.000; 20.000 – 25.000; 800 – 1.200; 3.000 – 4.500. Echter opbrengsten (incl. veilingkosten) euro 28.980, 37.800; 10.800 en 11.340.
N.B. De gehanteerde veilingopbrengsten zijn steeds inclusief veilingkosten.
Nu zal ik de navolgende lots specifiek bespreken.
Lot 5
Object
Ejagham of Efik houten masker, met tevens gebruik van leer en vezels.
Afmetingen: H 50 cm
Collectie
– Galerie 62, Parijs
– Collectie Liliane & Michel Durand-Dessert, Parijs
– Christie’s, Parijs, juni 2018
Literatuur
G. Tosatto et G. Viatte, L’Art au futur antérieur, Musée de Grenoble ed., Grenoble, 2004 (daar ook tentoongesteld)
JL Paudrat et ali, Fragments du Vivant: sculptures africaines dans la collection Durand-Dessert, 5 Continents ed., Parijs, 2008Taxatie
Euro 26.000 – 32.000
Verkocht: niet verkocht
Beschrijving
Deze uiterst uitbundige en bijzondere Afrikaanse hoofdtooi, een zeer realistische, met huid bedekte hoofdtooi, werd volgens de beschrijving gebruikt bij ceremonies en gemaskerde bals waarbij een jonge vrouw zich op het hoogtepunt van haar schoonheid toonde.

Lot 13
Object: Akan Twifo terra cotta hoofd
Afmetingen: H 18 cm
Collectie
Ludwig Bretschneider, München
Dhr Bayer, Waiblingen sinds 1971
Taxatie: euro 1.400 – 1.800
Verkocht: voor euro 1.638 (incl. veilingkosten)
Beschrijving
Deze hoofden werden na het overlijden van de bedoelde persoon vervaardigd door iemand die hem of haar ook bij zijn of haar leven kende. Zij werden niet op het graf geplaatst, maar op een andere verzamelplaats waar zij ook beofferd werden. Deze eenvoudig gehouden, helaas wat beschadigde terra cotta, heeft naar mijn inzicht toch wat het idee van een somber dodenmasker.


Lot 25
Object
grote houten staande mannen figuur van de Baule met offerpatina
Afmetingen: H 52 cm
Collectie
– Ludwig Bretschneider, München
– Walter Kaiser, Stuttgart
– Bayer collectie Waiblingen, sinds 1988
Taxatie
euro 60.000 – 80.000
Verkocht
voor euro 69.300
Beschrijving
We zien hier waarschijnlijk (in verband met het offerpatina) de afbeelding van een natuurgeest, die de eigenaar, de waarzegger helpt bij het waarzeggen. Door de korte beentjes oogt de toch relatief vrij grote figuur wat massief.
Lot 37
Object: Pende Pumbu masker, hout en vezels
Afmetingen: H 83 cm
Collectie: Nederlandse privécollectie
Taxatie: euro 2.000 – 3.000
Verkocht: voor euro 6.048
Beschrijving
Naar ik begrijp vertegenwoordigt een dergelijk groot masker de moed en oorlogszuchtige aard van het stamhoofd en is het hoogst gevaarlijk en angstaanjagend. Het danst alleen, en dan voorzien van oorlogstuig, als de voorouders waarschijnlijk ontevreden zijn, dus bijvoorbeeld bij epidemieën en hongersnoden. De gemaskerde wordt dan met touwen in bedwang gehouden. Het masker treedt dus maar heel zelden op en wordt bewaard in het rituele huis van het stamhoofd. Alvorens het in te zetten wordt het opnieuw opgeschilderd.
Een soortgelijk masker van dezelfde hand bevindt zich in het Smithsonian. National Museum of African Art, Washington, inventarisnummer 2005-6-476. De maker was mogelijk een van de beste beeldhouwers in Oost-Pende.


Lot 65
Object: Een stenen Mahen Yafe-hoofd.
Afmetingen: H 24 cm
Collectie: – Vittorio Mangiò,
– collectie Monza Grassi, Tervuren sinds 1979
Literatuur:
– Arts d’Afrique Noire, hiver 1986, p. 43
– “Utotombo”, L’art d’Afrique noire dans les collections privées Belges, Paleis voor Schone Kunsten, 1988, 162, p. 142 #42
Taxatie: euro 20.000 – 25.000
Verkocht: voor euro 37.800
Beschrijving: Ontleend aan een artikel van William Siegmann in “Afrikanische kunst”, geredigeerd door Schmalenbach, Prestel Verlag, 1988.
Boeren in het zuiden en oosten van Sierra Leone hebben veel oude stenen beelden ontdekt die in de grond begraven lagen, waaronder voetstukhoofden zoals deze, met een stevige, kolomvormige nek. Deze hoofden zijn afkomstig van een verdwenen beschaving, die door de Mende, die daar nu wonen, in hun eigen taal Nomoli wordt genoemd, wat ‘gevonden geest’ (nomolisia, meervoud) betekent. Een kleine groep van deze stenen hoofden met voetstukachtige nekken, zonder lichaam en bijna levensgroot, wordt de Mahen Yafe of ‘hoofd van de leider’ genoemd.
Deze stenen hoofden hebben meestal uitgebreide kapsels, zoals in dit geval, met een combinatie van geschoren, getufte en mogelijk gevlochten gedeelten. Soortgelijke kapsels worden beschreven in Portugese bronnen uit het begin van de zeventiende eeuw, waar ze blijkbaar in verband worden gebracht met de Sapi-aristocratie.
Aanvullend valt op te merken dat hier sprake is van een prachtig expressief en nauwelijks beschadigd exemplaar.
Lot 67
Object
Een abstract Houten Chiwara masker, genaamd Sogoni Koun
Afmetingen: H 48 cm
Collectie: Pierre Dartevelle, Brussels
Grassi Collection, Tervuren
Gepubliceerd: Zahan: “Les Antilopes du Soleil” p 188, afbeelding 49 II-4 Pierre Dartevelle, Brussels
Grassi Collection, Tervuren
Taxatie: euro 1.600 – 2.400
Verkocht: voor euro 6.930
Beschrijving
Zoals is aangegeven zijn deze opzetmaskers verbonden met landbouwrituelen en dus met het begrip vruchtbaarheid, voortplanting en zaaien. Volgens de mythe waren de antilopen de voorouders die de mensheid leerden hoe gewassen te verbouwen.
Deze hoofdtooien worden doorgaans in paren gedragen, en hebben verschillende toepassingen, afhankelijk van het dorp. Maar ze vertegenwoordigen altijd symbolen van eenheid en bescherming voor de gemeenschap, vooral omdat ze voor iedereen zichtbaar zijn en niet voorbehouden aan een select groepje. Ze zijn verbonden met landbouwrituelen en daarmee met het begrip vruchtbaarheid, voortplanting en zaaien. Volgens de mythe waren de antilopen de voorouders die de mensheid leerden hoe gewassen te verbouwen.
Vermeld wordt nog een soortgelijk exemplaar uit hetzelfde atelier in de collectie van Leo Viktor Frobenius (1873-1939), die hij in 1914 verwierf van het Völkerkundemuseum in Berlijn, en in de catalogus is afgebeeld bij dit lot te weten de derde kleine afbeelding van der vier stuks linksonder.


Lot 79
Object: een mythische houten figuur met oud offerpatina, afkomstig van de Dogon N’duleri
Afmetingen: H 54 cm
Collectie: – Gulden Snee Gallery
– Grassi Collectie, Tervuren sinds 1976
Literatuur: Daniele Grassi, Strutture, Vanni Scheiwiller Editore, Milaan 1976, p. 83
Taxatie: euro 28.000 – 35.000.
Verkocht: niet verkocht
Beschrijving
We lezen over dit object het navolgende.
N’duleri is een regio binnen de Dogon-cultuur van Mali, bekend om zijn kenmerkende beeldhouwstijl. Onder de verschillende soorten voorouders die worden vereerd, bevinden zich de oorspronkelijke voorouders van de mensheid en de diverse Binu, voorouders die in mythische tijden leefden, onsterfelijk werden en uiteindelijk door een hele clan werden vereerd. Zijn gestileerde baard identificeert hem als een oudere en iemand wiens leeftijd en ervaring hem het recht geven om deel te nemen aan de belangrijkste religieuze, politieke en sociale aangelegenheden van de Dogon-samenleving. De figuur draagt polsbanden, armbanden en enkelbanden die zijn status aangeven, evenals een riem en halshangers die lijken op leren talismannen en die ook zijn spirituele betekenis en band met de mythe van Nommo suggereren.
Deze mythische band is vaak de oerfiguur van Nommo, de eerste levende persoon die door Amma, de schepper van het universum, werd geschapen. Volgens de Dogon-kosmogenie zijn al deze voorouders rechtstreeks verbonden met Nommo. Sterker nog, men kan stellen dat de proliferatie van binu en andere altaren zijn oorsprong vindt in de mythe van Nommo, zijn oeroude vermenigvuldiging door middel van tweelingen, zijn wederopstanding en het delen van levenskracht.
Voor meer informatie, zie de publicatie van Bernard de Grunne:
“Ancient Sculpture of the Inland Niger Delta and its Influence on Dogon Art”, in het tijdschrift African Arts, vol. 21, nr. 4, augustus 1988, pp. 50-55.
Lot 93
Object: groot houten Igbo beeld van de meester “Nemi”.
Afmetingen: H 143 cm
Collectie: – Henri Kamer, Paris
– Grassi Collection, Brussel sinds 1971
Literatuur: Daniele Grassi, Strutture, Vanni Scheiwiller Editore, Milaan 1976, p. 91-93
Taxatie: euro 30.000 – 40.000
Verkocht: niet verkocht
Beschrijving
Over dit object wordt het navolgende vermeld.
In alle belangrijke regio’s van Igbo-land werden heiligdommen opgericht ter ere van lokale natuurgoden, helden en mythologische voorouders. In het hart van de Nri-Awka-regio bestonden deze verzamelingen van gebeeldhouwde, beschilderde en aangeklede houten figuren, geïnspireerd op de talloze leden van de uitgebreide familie, uit wel twaalf elementen. Alusi hebben extravagante kapsels, littekens op de buik en het gezicht, en tatoeagepatronen die kenmerkend zijn voor schoonheid en een hoge status binnen de Igbo-gemeenschap.
De kenmerkende eigenschappen van de “Nemi-meester” zijn onder andere de gestileerde oren, de sterke kubistische gelaatstrekken, de helmachtige gezichtstatoeages en de krachtig uitstekende mond.
Net als de meeste Alusi hebben ze naturalistisch ogende armen die aan weerszijden van het lichaam gespreid staan, en onderarmen die naar voren gestrekt zijn met de handpalmen omhoog, wat zowel de bereidheid van de godheid om offers te ontvangen als haar vrijgevigheid om het succes en geluk van de gemeenschap te verzekeren symboliseert. Omdat de houtsnijwerken van alusi relatief homogeen zijn, is het niet mogelijk om, alleen op basis van het uiterlijk, te bepalen welke godheid het beeld in de Grassi-collectie voorstelt.
Andere beelden uit het kleine oeuvre van de “Nemi-meester” zijn te vinden in de voormalige collecties van Hubert Goldet en Jacques Kerchache, waar Henri Kamer dit beeld waarschijnlijk heeft gevonden.
Dit beeld is door Bernard de Grunne bevestigd als een voorheen onbekend beeldhouwwerk van de Nemi-meester. Zie: Bernard De Grunne/Casanovas, “Monumental Sculptures from Nigeria” (2010).
Net als de meeste Alusi hebben ze naturalistisch ogende armen die aan weerszijden van het lichaam gespreid staan, en onderarmen die naar voren gestrekt zijn met de handpalmen omhoog, wat zowel de bereidheid van de godheid om offers te ontvangen als haar vrijgevigheid om het succes en geluk van de gemeenschap te verzekeren symboliseert.


Lot 97
Object: houten Bamum masker uit de 19e eeuw
Afmetingen: H 36 cm
Collectie: – Pierre Dartevelle, Brussels
– Grassi Collection, Tervuren sinds 1975
Taxatie: euro 1.800 – 3.000
Verkocht: voor euro 6.048
Beschrijving.
Bij dit object werd de navolgende beschrijving gegeven.
Verschillende soorten maskers werden geassocieerd met de optredens van Kwifoyn, het invloedrijke geheime mannengenootschap dat gevestigd was in het paleis van de Fon (koning).
Leden van dit genootschap vertegenwoordigden de Fon in rituele, politieke en juridische aangelegenheden. Gemaskerde figuren verschenen op begrafenissen van overleden Kwifoyn-leden, sommigen van hen droegen dit type helmmasker. Het masker bovenop het hoofd was bedekt met vezelstof en een pluim van veren werd in een gat bovenop de kam gestoken. De grote, uitpuilende ogen en de puntige tanden werden beschouwd als een ideaal van schoonheid.
Ik wil nog opmerken dat dit een fraai masker is, en wat mij opviel is dat het net lijkt of op dit hoofd een afgeplatte hoge hoed staat, maar het is waarschijnlijk niet de opzet geweest en dat dit als het kapsel wordt gezien.
Lot 109
Object: houten Manza figuur uit het Ubangi gebied
Afmetingen: H 27 cm
Collectie: – Pierre Dartevelle, Brussel 1983
– Grassi-collectie, Tervuren
Taxatie: euro 5.000 – 7.000
Verkocht: voor euro 8.820
Beschrijving
We zien hier een evenwichtig opgebouwde stevige vrouwenfiguur die haar beide armen uitnodigend naar u opent. De dame heeft heel lange oren en een pijlvormige neus. Het beeldje maakt in alle eenvoud toch de nodige indruk.


Lot 123
Object: een Kongo Kaamba vliegenmepper
Afmetingen: H 45 cm. De bos haren maakt zo rond de helft van deze omvang uit.
Collectie: – John Dintenfass, New York
– Pierre Dartevelle, Brussel
– Grassi Collectie, Tervuren sinds 1986
Taxatie: euro 3.000 – 5.000
Verkocht: voor euro 2.016
Beschrijving
We zien hier een zeer verfijnd gesneden op haar knieën neer kurkend vrouwenfiguurtje, dat met haar beide opgeheven handen achter haar oren een grote, lange bos haar op haar hoofd vasthoudt.
Naar ik begrijp waren dit soort fijne vliegenmeppers objecten met een hoge status, die gebruikt werden door stamhoofden en genezers voor ceremoniële, gerechtelijke en spirituele doeleinden in plaats van voor het verjagen van vliegen.
Lot 125
Object: Houten staande vrouwelijke Ngbaka figuur uit het Ubangi gebied
Afmetingen: H 33 cm
Collectie: – Collectie Peter Loebarth, München
– Grassi Collectie, Tervuren sinds 1985
Taxatie: euro 1.800 – 2.500
Verkocht: voor euro 2.268
Beschrijving
We zien hier een stevige dame, die gereed lijkt te staan om een tegenstander af te weren met haar nog net niet gebalde vuisten.
Dankzij Jan-Lodewijk Grootaers’ “Ubangi: Kunst en Culturen” uit 2007 hebben we eindelijk een idee van de culturele impact van de invloed vanuit Noordwest-Congo. De Ubangische beeldhouwkunst was het laatste grote, nog niet-bestudeerde kunstgebied uit Sub-Sahara Afrika. De figuren werden zwart gemaakt en bedekt met rood kula-poeder van de camwoodboom. Vervolgens werd er op een colanoot gekauwd en werden de vezels op de figuren gespuugd. Als iemand een probleem had (ziekte, onvruchtbaarheid of een mislukte jacht), raadpleegde hij een ziener, die door middel van waarzeggerij de oorzaak probeerde te achterhalen. Indien nodig gaf de ziener opdracht om de figuren op een altaar te plaatsen en het ritueel uit te voeren, waarbij hij instructies gaf over hoe de vloek ongedaan te maken.
De figuren zijn zeer divers vanwege de grote regio en de uitgebreide migratie in het gebied. Er zijn echter wel een paar herkenbare kenmerken.
Een van de belangrijkste stijlkenmerken van Ngbaka-beelden is een verticale lijn in het midden van het voorhoofd, die vanaf onder de haarlijn naar beneden loopt en soms eindigt bij de haarwortel, soms bij de neuspunt. Soms zijn er, zoals bij dit beeld, (gestippelde) lijnen links en rechts van de neusbrug te vinden.


Lot 133
Object: grote houten (Muvula hout ofwel in het Latijn chlorophora excelsa ) zittende koninklijke Hemba Singiti figuur
Afmetingen: H 79 cm
Collectie: – Peter Loebarth, Kinshasa
– Pierre Dartevelle, Brussel
– Grassi Collectie, Brussel
– Sotheby’s Parijs, 2008, lot 148 (N.B. toen kennelijk niet verkocht)
Taxatie: euro 80.000 – 100.000
Verkocht: voor euro 90.720
Beschrijving.
Hierbij werd de navolgende beschrijving gegeven.
Hemba-voorouderbeelden zijn het voorrecht van vorstelijke huizen, die via deze werken zowel voorouderverering uitdrukten, zoals gebruikelijk is in Centraal-Afrika, van de Fang in het noordwesten van Gabon tot de Boyo, Tumbwe en de Bembe. De figuur is tevens een uitdrukking van een relatieve stabielheid van de clans, en bijgevolg dat het land hen toebehoort. […] Deze prestigieuze stamhoofden presenteren zichzelf in hun beelden met de symbolen van hun macht: lans, scepter of mes. In dit geval zit de figuur op een zetel, wat vrij zeldzaam is. Het gezag van de prins wordt aldus nog eens extra benadrukt […] in dit werk van uitzonderlijke kwaliteit.’#
# tekst Sotheby’s 2008, African & Oceanic Art, lot 148
Vgl. François Neyt, “La Grande Statuaire Hemba du Zaïre”, UCL Arts Africains, 1977.
Volgens François Neyt (expertise 14 april 2008) ‘getuigt dit zeldzame werk van grote kwaliteit, als historisch en artistiek document, van een periode van aanzienlijke culturele ontwikkeling die redelijkerwijs kan worden toegeschreven aan een tijd ruim vóór de slavernij en de komst van Europeanen in de tweede helft van de 19e eeuw, zo niet zelfs eerder.’
De archetypische stijl, de weergave van het kapsel, de patina met zijn diepe, meerlagige zwarte laag bevestigen de datering uit de 14e eeuw, midden 19e eeuw, waardoor dit beeld een van de oudste bewaard gebleven stukken is. We kunnen dit beeldhouwwerk dateren in een periode van expansie van de Hemba-koninkrijken, en meer specifiek in het hart van de noordelijke Hemba-migratie naar de oevers van de Luika. Volgens François Neyt was deze periode van culturele ontwikkeling ook het hoogtepunt van de Hemba-beelden.
De persoon die dit beeld verzamelde, meldde dat het afkomstig was uit het dorp Panda Luganza. De stijl van dit beeld is verwant aan andere werken die langs de Luika-rivier zijn gevonden, een zijrivier van de Lualaba, de belangrijkste bron van de Congo-rivier. Het kan morfologisch en stilistisch worden vergeleken met het beeld van een hurkende voorouder dat door Neyt is afgebeeld (pagina 276-277). Het kenmerkende kapsel, bestaande uit kruisvormige vlechten die bovenop het hoofd zijn geknoopt, is te vinden op verschillende voorouderbeelden uit hetzelfde gebied.
Lot 152
Object: vrij groot (Soedan)stenen vrouwenbeeldje van de Bongo.
Afmetingen: H 51 cm
Collectie: – Pierre Dartevelle, Brussels
– Grassi Collection, Tervuren
Taxatie: euro 8.000 – 12.000
Verkocht: Niet verkocht
Beschrijving (zoals vermeld bij lot 153 met dezelfde herkomst).
De Bongo zijn een volk van jagers en boeren, dat in de tweede helft van de 19e eeuw werd uitgeroeid door de Zandé-koninkrijken. Tegenwoordig leven de (resterende?) Bongo in gemeenschappen verspreid over het zuidwesten van Soedan. Ook nu nog verwerft een Bongo-man prestige tijdens zijn leven, en degenen die het meest in aanzien stonden binnen de gemeenschap werden na hun dood geëerd met beelden, gemaakt van hout of steen.
Net als de giriama-palen uit Kenia werden deze beelden niet gezien als een portret of als een markering van de locatie van een fysiek lichaam, maar als een plek voor de geest. Het lijkt erop dat de palen alleen voor mannen werden opgericht, en dan met name voor de rijke mannen. Ze werden niet meegenomen, maar achtergelaten bij de verplaatsing van de boerderij, en werden alleen herinnerd zolang de persoon in kwestie werd herinnerd.
CF. Deze twee figuren (lot 152 en 153) zijn waarschijnlijk tussen 1969 en 1972 verzameld door Christian Duponcheel, en verschillende exemplaren uit deze groep bevinden zich tegenwoordig in belangrijke museumcollecties, waaronder de Menil Collection in Houston (Van Dyke 2008: 166, cat. 77), het Barbier Mueller Museum in Genève (Phillips 1995: 137, nr. 2.18a) en The Metropolitan Museum of Art in New York (inv. nr. “1973.264”).

