Actueel

Door Patrick Berben

DE SCHOONHEID VAN SALOMON’S SCHELPEN

15 oktober 2026

In onze westerse cultuur komt men wel eens een “Tridacna Gigas” tegen in een of andere kerk, in de vorm van een wijwatervat of doopvont. Het is in feite een enorme witgele gelobde schelp met golvende randen, vaak meer dan een meter groot. Deze reuzenmossel komt onder meer voor in de ondiepe koraalriffen van de Stille Zuidzee. Het kan dan ook niet verbazen dat de reuzenschelp opduikt in de materiële cultuur van volkeren uit die regio, in het bijzonder de inwoners van de Salomoneilanden. Dat is een eilandengroep van zes grote en honderden  kleine eilanden, ten oosten van Nieuw-Guinea, die vanaf 1978 een onafhankelijke staat vormen.
De eilandengroep werd “ontdekt” voor de Spaanse kroon door Alvaro de Mendana in 1568. Bij Guadalcanal werd alluviaal goud gevonden, reden voor de Spanjaard om aan te nemen dat hij de goudmijnen van koning Salomon gevonden had, vandaar de naam…

TEMA

Iconisch en bijzonder mooi is de uit de schelp losgewrikte en gepolijste ronde schijf, “tema” genaamd.

Het is een borstplaat gedragen door mannen bij de “nelo”-dans. Belangrijke personen droegen ze vroeger ook tijdens oorlogsexpedities. Via een centraal geboord gaatje is op de schijf, die de maan of de zon voorstelt, een filigraan snijwerk gemonteerd dat een gestileerde fregatvogel met gespreide vleugels en gevorkte staart voorstelt. Daarboven herkent men vissen, vaakst de bonito-tonijn maar soms ook dolfijnen of haaien. Dit tafereel is uitgesneden uit de door koken zacht gemaakte hoornplaat van het schild van een schildpad.
De ronde plaat wordt voorzien van slierten schelpengeld, aaneengeregen kraaltjes.
Schelpengeld wordt vooral in Auki op het eiland Malaita door de vrouwen gemaakt. De lichtrode of beige kraaltjes, afkomstig van de “spondylus” schelp of stekeloester, worden gesneden, gerold, doorboord, gepolijst en op kokosvezels geregen.
Het afgebeeld exemplaar (foto 1), 18 cm doorsnee en 0,7 cm dik,  komt uit Ndendo, een eiland van het Santa Cruz gebied en dateert van het einde van de 19de eeuw.

Foto 1. Schelpengeld uit Ndendo eiland (Santa Cruz gebied)

De fregatvogel is een oud symbool, reeds eeuwenlang afgebeeld en vereerd wegens zijn vaardigheid om vis te vangen. Hij toont de vissers op zee de weg waar tonijn zit.  Sommige auteurs menen echter dat de figuur eerder een gestileerd geraamte voorstelt, verwijzend naar een voorouder, met benen, armen en een ribbenkast. Een “tema” is alleszins een prestigieus pectoraal en symboliseert de rijkdom én de status van wie gerechtigd is het te dragen.

KAPKAP

De “kapkap”  is eveneens gemaakt van deze reuzenschelp en  voorzien van een fijn uitgesneden ronde versiering in schildpadhoorn. Het uitsnijden van de figuratie gebeurt door een specialist die zich afzondert en in zijn dromen de uit te werken figuren herkent. Het graveren geschiedt doorgaans met een haaientand. De schelp en de figuratie worden met vezels gefixeerd doorheen een geboord gaatje in het midden van de plaat. Kraalpartijen van “shell-money” versieren het object en verhogen de waarde ervan en het aanzien van de drager.
De versiering wordt op het hoofd of als borsthanger gedragen bij dansfestivals of strijd. Het is ook een met magische kracht beladen medium dat hekserij kan voortbrengen of afwenden.
De abstracte voorstellingen op de “kapkap” zijn een indicatie voor de positie en de macht van de drager in de maatschappij. Wanneer de drager sterft worden plaat en figuratie gescheiden, verbrand of begraven, samen met de eigenaar. Soms wordt alleen de schelpenplaat bewaard en hergebruikt.

Foto 2a. kapkap; voorzijde; 18 cm, 0,7 cm dik, New Georgia

De “kapkap” (foto 2), 18 cm groot, 0,7 cm dik, is afkomstig van het eiland New Georgia en te dateren voor/rond 1900. Hij is rijkelijk voorzien van schelpengeld in de vorm van drie lange snoeren  van roze en grijze kralen, afkomstig dus van de spondylus-schelp.
De uitgesneden figuratie is eerder abstract, uiterst vaardig en zonder enige onderbreking gesneden.

Foto 2. kapkap; achterkant; 18 cm, 0,7 cm dik, New Georgia

De betekenis ervan  behoort tot het geheim van de clan en van wie hem gemaakt heeft. Vaak komen bepaalde geometrische figuren terug, zoals gestileerde wezens. Soms is het een uitwerking van een centrale “eye of fire” of de zon, die in deze culturen als inspiratie voor tekeningen wordt gebruikt.

ZARU

De “zaru” is een gestileerd beeld, uitgesneden uit een dik stuk Tridacna schelp, dat een jonge vrouw aan haar toekomstige schoonvader schenkt als sollicitatie voor een huwelijk met zijn zoon. Aanvaardt hij het geschenk, dan is het huwelijk ook aanvaard. Het is dus een kostbaar kunstwerk en de materiële bevestiging van een huwelijk, in casu een soort “omgekeerde bruidsprijs”. In bepaalde regio’s zoals bijvoorbeeld Choiseul Island, fungeert de “zaru” ook als  schelpengeld, een stuk van waarde dus, waarmee goederen kunnen worden aangeschaft.

Foto 3 Zaru. Staand. 39 cm Ø x 1,5 cm;
begin 20ste eeuw, Roviana Lagoon

De hiernaast afgebeelde “zaru” (foto 3) stelt twee gestileerde ruggelings zittende mensen voor, een dubbelfiguur. De leeggehaalde cirkel onderaan symboliseert weelde en geluk. Het is een mooi, groot exemplaar (39 cm doorsnee, 1,5 cm dik) en dateert van het begin van de 20ste eeuw, regio Roviana Lagoon (Munda). In feite is de  “zaru” een specifieke vorm van de “barava”, die hierna besproken wordt. Hij komt voor op het 2 dollar biljet van de Salomoneilanden en is dus als het ware een nationaal symbool.

Foto 3 Zaru. liggend. 39 cm Ø x 1,5 cm;
begin 20ste eeuw, Roviana Lagoon

BARAVA

Een fascinerend stuk van de Salomoneilanden is de “barava”,  een stevige Tridacna gigas plaat die werd leeggehaald door manueel te frezen waardoor allerlei figuurtjes en patronen naar voren komen, onderaan vaak voorzien van “cirkels van weelde en geluk”. Men is er lang van uit gegaan dat deze platen  grafgiften waren omdat een “barava” soms werd aangetroffen in of nabij graven, maar deze uitleg heeft geen stand gehouden. Uit recent onderzoek is gebleken dat deze plaquetten in feite “landtitels” zijn, een soort stenen documenten die het eigendomsrecht van een clan op een bepaald territorium bevestigen. Dat was ook de reden dat zij soms in of nabij graven werden verborgen, of in speciale bouwsels die taboo waren zoals schedelhutten (“tambu”). Daar waren zij immers goed beschermd en bewaard. Een “barava” werd ook meegenomen op grote expedities als kano-beschermer. Het woord “barava” wordt soms als een bredere generieke term gebruikt en omvat dan alle schelpplaten die uitgefreesd zijn, ook bijvoorbeeld de “zaru”.
Vaak zijn er menselijke figuren uitgesneden, die elkaar de hand vasthouden. Opvallend zijn de grote oren van deze wezens, die mogelijks verwijzen naar de oorpluggen die bij de mannen in de regio gebruikelijk waren. De afgebeelde figuren worden gezien als bestaande leden van de clan en ook als voorouders. De cirkels aan de basis van een “barava”, zoals op andere voorwerpen, zijn het zinnebeeld van de eenheid en de rijkdom van de clan, iets wat in diverse artefacten voorkomt. Het was lokaal bekend onder de term “burubutu”, het welzijn van de clan.  
De interpretatie van de voorstellingen in de platen heeft tot controverse geleid. De vraag is namelijk wààr in de “barava”, precies de clan-informatie is neergelegd : in hetgeen is weg-gefreesd of in hetgeen is achtergebleven. Een beetje te vergelijken met de Rorsach test uit de psychologie. Wat ziet men in de vlekken : het volle of het lege, het witte of het zwarte?
De “barava” had een sacrale status, de voorstellingen stonden symbool voor de identiteit van de clan. Het stuk werd dus als een heilig voorwerp beschouwd en in die zin behandeld door de chief, die zorg moest dragen voor zijn volk, het land en de “barava”. Hij had tevens de zorg de “stenen tafel” door te geven aan zijn opvolger. Bijna alle “barava” die circuleren zijn meer dan 100 jaren oud en gaan terug op een eeuwenoude traditie. Zij worden al enkele generaties lang niet meer gemaakt, zoals blijkt uit de getuigenis in 2002/03 van een zestal oude informanten tijdens een wetenschappelijke expeditie. Blijkbaar heeft de missionering in de jaren 1920 hieraan een definitief einde gemaakt. Er was in 2002/03 niemand meer in leven die nog een “barava” had zien maken maar men kende nog wel het productieproces, door overlevering.

De productie van een “barava” was een langdurig manueel proces. Niet alleen moest uit een schelp met golvende vlakken een grote plaquette worden losgewerkt en gepolijst. Dat gebeurde door vaklieden, de “aza poata”, letterlijk vertaald de geldmakers. Vooral was de bewerking van de plaat een minutieus werk dat vaardige ervaren handen veronderstelde: met booghandboren, grof zand, water, sterke vezels, schurende huid van de haaien werden de figuren door op- en neergaande manuele bewegingen uitgefreesd en gepolijst.

Men vermoedt dat in de recentere tijd soms ook dunne metaaldraad werd aangewend. Naar verluidt duurde het maken van een “barava”,  “de tijd die een kokosnoot nodig had om een kokosboom te worden en vruchten te dragen”, m.n. 5 à 6 jaren. Ideaal was de grondstof, de gefossiliseerde Tridacna gigas, uit de groeve van Mount Kela op het Ranongga eiland. De ligging ervan was een geheim van de inheemse priesterklasse (de “matajonga”) en ook de toegang was slechts aan enkelen voorbehouden.
Onze “barava” (foto (4) komt van het Ranongga eiland en behoorde toe aan de Nulu-clan. Hij is vervaardigd rond 1900 of eerder, groot 29 op 17 cm, 1,4 cm dik. Hij is van een hoge kwaliteit, ook omdat de gewaardeerde bruine tint afkomstig van de fossilisatie en “kela” genaamd, over het hele object voorkomt.

Foto 4 Barava; Ranongga eiland (Nulu-clan)

Een intrigerend stuk clangeschiedenis, symboliek en schoonheid.

berben.patrick@hotmail.com   (copyright)

Patrick Berben is ere-advocaat en sociaal-cultureel antropoloog (K.U.Leuven). Hij verrichtte sedert 1981 veldwerk bij de vee-nomaden in Oost-Afrika en bij diverse indianenvolkeren langs de Xingu-stroom (Amazone, Brazilië).

Interessante  literatuur :
– Burt, B. e.a. (2009). Body Ornaments of Malaita, Solomon Islands. Honolulu : University of Hawa’i’Press
– Neich, R. e.a. (2004). Pacific Jewelry and Adornment. Honolulu : University of Hawai’i Press

– Richards, R. e.a. (2004). Barava : land title deeds in fossil shell from the western Solomon Islands. Museum of New Zealand Te Papa Tongarewa : article in Tuhinga 15.
– San Millàn Vergé, D. e.a. (2012) Las monedas-concha de Oceania. Article in Numisma 256 : 137-196.