Actueel

Door Martin Lagrain

Over ivoor          

4 mei 2026

Over ivoor

Er is regelmatig discussie over de authenticiteit en de ouderdom van ivoren voorwerpen. Zo wordt meestal gezegd dat oud ivoor glanzend bruin-oranje (honing patina) hoort te zijn. Maar is dat wel zo? In veel publicaties en op veilingen verschijnen witte en zelfs bijna zwarte ivoren sculpturen. Zijn die dan vals? Het beoordelen van de patina en het uitzicht van ivoor blijkt een aartsmoeilijk onderwerp te zijn en slecht zeer weinig verzamelaars durven er zich over uitspreken.
Wij doen een poging om een en ander op te helderen.
.

Een gegeerd materiaal
Ivoor is afkomstig van de tanden van de olifant, het nijlpaard en het wrattenzwijn, en van de hoorn van de neushoorn. Ivoor genoot altijd al een hoog aanzien. Het was moeilijk te verkrijgen (een gevaarlijke jacht!) en daarom duur. Er werden allerlei eigenschappen aan toe geschreven zoals kracht en potentie. Het werd dan ook veel gebruikt voor het maken van prestigeobjecten en cult-voorwerpen. Die waren dikwijls exclusief bestemd voor leidende figuren en voor de leden van geheime genootschappen die het leven in de maatschappij controleerden.
Voor westerlingen had ivoor tevens een hoge handelswaarde en ook zij waren van oudsher gretige afnemers. Denk maar aan de Sapi-Portugese ivoren zoutvaten die reeds in de middeleeuwen op bestelling en als geschenken voor belangrijke personen werden gemaakt.

Of aan ivoren biljartballen, pianotoetsen, boekversieringen of schaakstukken.
Snijders verkiezen over het algemeen om vers ivoor te gebruiken. Ivoor wordt namelijk harder met de jaren, is dan moeilijker te bewerken en er komen gemakkelijker splinters af waardoor het stuk zo goed als waardeloos wordt.

Foto 1 Ivoren rozenkrans en een boekkaft

Op dwarsdoorsnede kan je in het dentine een streepvormig patroon zien.
Dit noemt men de Schreger lijnen.
Ze hebben een golvend verloop en vormen hoeken. Uit de grootte van die hoeken kunnen we afleiden of het ivoor afkomstig is van een olifant of van een (uitgestorven) mammoet. Geen enkele andere ivoorsoort heeft Schreger lijnen.

Foto 2 dwarsdoorsnede van olifantstand
Foto 3 Nijlpaardtand

Nijlpaardtanden groeien in lagen, zoals de jaarringen van een boom, wat ze een gelaagd aspect geeft.
Tanden van een wrattenzwijn hebben een onregelmatig oppervlak.

Een eenvoudige test
Resine en plastics absorberen UV-licht met lange golflengte, ivoor reflecteert het. Dit geeft ons een eenvoudige test om te zien of het materiaal ivoor is of niet.
Als we met UV-licht met lange golflengte op het voorwerp schijnen zal het enkel bij ivoor helder blauw reflecteren.
Bij ander materiaal blijft het donker.
Foto 4.
We moeten hierbij opmerken dat een dikke laag patina de fluorescentie kan verhinderen.
Foto 4 UV-test ivoor
Veel verschillende patinas
Met enige overdrijving zou je kunnen stellen dat er geen twee ivoren sculpturen bestaan met exact dezelfde patina. De stukken worden immers gekleurd met verschillende pigmenten, be-offerd met allerlei producten zoals voedsel, speeksel, bloed… en behandeld met verschillende olies tot ze voldoen aan de eisen waaraan ze moeten voldoen voor ritueel gebruik. (foto 5).

Foto 5
Sommige worden continu gebruikt, andere slechts bij speciale gelegenheden. Stukken werden na gebruik soms weggegooid en kwamen voor een lange tijd in de grond terecht. Als die aarde dan bijvoorbeeld ijzer of mangaan bevatte verkleurde het ivoor dof-bruin. De stukken die in verzamelingen terechtkomen zijn soms nog in hun oorspronkelijke staat, maar zeer dikwijls zijn ze gepoetst of ‘opgeleukt’ voor de verkoop en is minstens een deel van de patina verdwenen. Bovendien hebben vegetale kleurstoffen de neiging om te veranderen en zelfs te verdwijnen door de inwerking van zonlicht. Het is met andere woorden dikwijls een hele opgave om nog maar te vermoeden hoe het stuk er 100 jaar geleden uit zag, en op basis van zijn huidige uitzicht te bepalen of het authentiek is of niet.

Wit, zwart, en van alles tussenin
Het is dan ook niet verwonderlijk dat we vele kleurschakeringen kunnen aantreffen bij ivoren voorwerpen, al naar gelang de behandeling die ze hebben ondergaan.
Onbehandeld ivoor krijgt met de jaren een vuil-witte of gelige kleur. Die is meestal niet egaal. Sommige plaatsen zijn wat lichter, andere wat donkerder en eerder bruin. Er komen ook fijne barsten in het ivoor. Waar insnijdingen zijn aangebracht en in de barsten hopen zich allerlei stoffen op waardoor die plaatsen donker verkleuren. (foto 6).

Ivoor dat intensief gebruikt maar niet behandeld is met pigmenten heeft eerder een geel-bruine patina. Ook de manier van bewaring kan een invloed hebben. De stukken werden bewaard op verschillende manieren: in rafia of in een doek gewikkeld, op zolder, in grotten, in de grond, en blootgesteld aan vocht, rook, roet, dampen van eten. Dat zal eveneens het uitzicht van de patina beïnvloeden.

Foto 7
Vers ivoor is wit. Oud ivoor met een witte patina is meestal behandeld geweest met witte klei (kaolien). Onder zo’n laag verandert de kleur van het ivoor nauwelijks. Als je dan de kaolien verwijdert zie je een spierwitte maar dikwijls wat doffere kleur. Je denk dan ten onrechte dat het stuk van een recente datum is. Natuurlijke kleurstoffen kunnen ook verdwijnen onder invloed van zonlicht en zo kan het dat bijvoorbeeld de ene zijde wit is en de andere gekleurd.

Eind 20-ste eeuw was wit ook meer geliefd, vooral in Europa, en werd gekleurd ivoor behandeld met peroxide om de donkere kleuren te verwijderen. Ook werden ze zorgvuldig gereinigd en opgepoetst door de handelaars en verzamelaars met was, olie en silicone. Zo is het mogelijk dat je een authentiek ivoren object hebt met een recente, nieuwe patina! Foto 7 en foto 8.

Foto 8 Behandeld ivoor
Ivoor met rode of oranje patina is doorgaans behandeld met roodhoutpoeder of met hematiet poeder, al dan niet in een rituele context. Roodhoutpoeder (tukula, camwood) is afkomstig van tropisch sandelhout (Bafia nitra) of van Afrikaans padoek (Pterocarpus soyauxi). Hierdoor kleurt het oppervlak koraalrood tot oranjeachtig rood en na verloop van tijd van (licht) roodbruin tot zwart. Foto 9.

Foto 9 Ivoor behandeld met roodhoudpoeder
Foto 10 Ivoor zonder en met hematiet
Hematiet is een mineraal dat ijzeroxide bevat en roodachtig verkleurt. Ook het langdurig en regelmatig inwrijven met palmolie geeft op termijn een glanzende, roodachtige patina. Foto 10 en foto 11.

Foto 11 Ivoor ingewreven met palmolie
Ivoor met een zwarte patina is eerder zeldzaam. De kleur ontstaat door behandeling met houtskool van de parasolboom of met het sap van wijnstokken en wijnranken, en varieert tussen gitzwart en donker paars.

Foto 12 Lega beeldje met zwart patina
In sommige publicaties worden de stukken met een zwarte patina als de oudste beschouwd. De juistheid van deze bewering is twijfelachtig.
Foto 12.
Foto 13 & foto 14.

Foto 13 Ivoren hoorn
Foto 14 Ivoren hoorn

Het oppervlak van het stuk
Ook het oppervlak van de stukken kan behoorlijk verschillen.
Een stuk dat dagelijks werd ingewreven met olie zal een egaal glanzend oppervlak hebben, terwijl ivoor dat bedekt was met klei er eerder mat uitziet.

Foto 15 Door gebruik gepolijst ivoor
Soms werd het stuk ook gepolijst zodat het steeds mooier werd, afhankelijk van de rituele vereisten. Ook offermateriaal kan invloed hebben op de kleurvorming, die dan donkerder en/of meer geelbruin of oranje wordt. Foto 15 en foto 16.

Foto 16 Door gebruik gepolijst ivoor
Foto 17 Verbrand patina (neksteun)
Foto 19 Egaal gekleurd ivoor
De kleur is over het algemeen niet egaal. Er zijn altijd onzuiverheden en kleurschakeringen. Bij een namaakpatina is dit niet zo, dan heeft het hele stuk meestal een egale, zelfde patina. Die kan bijvoorbeeld bekomen worden door het stuk te verhitten. Vuur zal een zwarte, verbrande patina geven met brede barsten, heet water of olie een eerder grijze of bruine, homogene, glanzende patina. Foto 17 18 19 & 20

Foto 18 Ingebrand ivoor (neksteun)
Foto 20 Niet egaal gekleurd ivoor

Behandeling met kalium-permanganaat geeft een donkere, egale, paarsachtige kleur en maakt dat het stuk er ouder uitziet dan het in werkelijkheid is, en het is dikwijls zeer moeilijk te onderscheiden van een echte zwarte patina. Bij sommige volkeren werd gebruik gemaakt van pyro-technieken. De tekening werd dan in het oppervlak van het ivoor ingebrand. Dat maakt het natuurlijk allemaal niet eenvoudiger!

Veel sculpturen hadden een functie in genezingsrituelen. Bij sommige is het oppervlak onregelmatig, hobbelig en met inkervingen. De rituele genezers haalden dikwijls kleine stukjes of schraapsel van het beeld om dat onder poedervorm toe te dienen aan de zieke. Foto 21.
Ook de leeftijd van het ivoor laat zijn sporen na. Ivoor versteent langzaam in de loop van de jaren (eeuwen). Het oppervlak vertoont dan fijne barstjes en krijgt een fijn lijnenpatroon. Van versteende delen kunnen stukken afbreken.

Foto 21 Lega beeldje met ingebrand zwart
Echt of vals?
Of de productie van ivoren stukken voor ritueel gebruik bestemd was of voor de verkoop is dikwijls niet zeer duidelijk. Veel snijders maakten stukken voor beide doeleinden. Sommigen onder hen hadden een zekere bekendheid en sneden in opdracht van westerlingen, naast hun productie voor de cultus. Ook missionarissen waren gretige afnemers en financierden met de verkoop een deel van de onkosten van hun missieposten. Na de onafhankelijkheid van vele landen bleven ze dikwijls met een grote stock zitten. Er zijn gevallen bekend van paters die hun onverkochte stukken lieten hersnijden in een meer traditionele, verkoopbare stijl. Het wordt zelfs aangenomen dat er valse stukken hun weg hebben gevonden naar allerlei musea.

Een moeilijke opgave
Het steeds wisselend uitzicht van ivoor maakt het zeer moeilijk om een gefundeerd oordeel te vormen over leeftijd en authenticiteit van de stukken. Bovendien zijn ze dikwijls duur en een miskoop is dan dubbel zo pijnlijk. Sinds er een Cites attest vereist is om ivoor te verhandelen is de prijs gelukkig gedaald, al is zelfs zo’n attest geen garantie dat het om een authentiek, gebruikt stuk gaat. Voor het Cites attest moet je bewijzen dat het bewerkte ivoor dateert van voor 1947. Je hebt hiervoor een verslag van een erkend expert nodig, evenals een aankoopfactuur, wat voor stukken die je al lang in je verzameling hebt niet evident is. De enige raad die we de lezer kunnen geven is: probeer de herkomst te traceren, vergelijk met veel andere stukken en laat uw stuk aan meerdere kenners zien. Als het om dure stukken gaat kan ook een ouderdomsbepaling nuttig zijn. Die geldt dan tevens als expertise-verslag. Die gebeurt met de C-14 methode. Hierbij wordt de ouderdom van het ivoor bepaald door de meting van de hoeveelheid radioactief koolstof (C-14) die aanwezig is in het materiaal. Vanaf het afsterven van een organisme stopt namelijk de opname van dat C-14 en begint die geleidelijk te dalen. Door dan de resthoeveelheid te meten kan de ouderdom van het ivoor worden berekend. Het is echter een dure techniek. Eén test bij het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium in Brussel kost 838,5 euro. Ook een chemische analyse van de patina kan nuttig zijn. Het spreekt voor zich dat de waarde van het stuk groot genoeg moet zijn om een ouderdomsbepaling te overwegen.