Deze veiling in Brussel omvatte, na het uitvallen van één lot (lot 9, dat uiteindelijk kennelijk toch werd verkocht) in totaal honderd lots, waaronder ook een beperkt aantal van veertien lots (de nummers 54 t/m 67) afkomstig van Nieuw Guinea en Oceanië, met daarbij één lot (nr 66), een masker uit Brits Columbia.
En belangrijke inbrenger op deze veiling was de privépersoon Jo de Buck (de bekende Brusselse handelaar in Afrikaanse kunst); hij bracht, naast een ceremoniële Dan po lepel (lot 5) een aantal van 32 objecten uit het gebied van het oude Kuba rijk en omstreken, te weten de lots 69 t/m 100).
Voor de met name voor het Kuba rijk en hun kunst geïnteresseerden viel hier dus wel wat te halen, zoals lot 91, een 65 cm groot beeld van een als een oude Kuba heerser zittende figuur. Hij zit op een blok met een vogelfiguur (een rode staart papagaai) op de plaats waar normaliter het specifieke kenmerk van de heerser was afgebeeld. Dit beeld is volgens de toelichting vervaardigd begin 20e eeuw toen de echte koningsbeelden blijkbaar al te zien waren voor de goede beeldhouwer van dit object en niet meer alleen in het koninklijke schrijn te vinden waren of goede foto’s daarvan in omloop waren. Overigens was ook lot 76 in dat kader interessant. Dit werd volgens de toelichting omschreven als de herdenkingsfiguur van een jonge edelman, dat eveneens rond de eeuwwisseling was vervaardigd voor rituele offers en rouwceremonieën. Dit was ook de afbeelding van een zittende man op een blok, maar zonder een duidende figuur tegen het blok, waarvan de heerserfiguur voorzien was.
Ik vraag me af of dit toen een nieuw voorrecht was geworden van de adel, dan wel dat al eerder ook was toegestaan. Dat is mij niet bekend. Een interessante vraag. De taxaties voor deze beide objecten hielden al rekening met de heel wat lagere status van deze twee beelden dan de ‘echte’ koningsbeelden, voor zover die al in te schatten zijn.
Over het verloop van de veiling valt het volgende te melden.
Van de 100 aangeboden lots bleven er uiteindelijk 59 onverkocht, dus eigenlijk wel veel.
De hoogste opbrengst werd verkregen voor lot 26 een Baga masker dat bij een taxatie van euro een prijs behaalde van euro 76.200 (incl. de kopers premie) bij een taxatie van euro 65.000 – 80.000. In dit kader wil ik nog melden over de verdere lots met een taxatie van euro 20.000 of meer. Hiervan werd naast het reeds genoemde lot 26 ook lot 17 een Dogonfiguur met een taxatie van euro 25.000 – 30.000 verkocht, in dit geval voor euro 25.400 (incl. de koperspremie).
Onverkocht bleven:
- Lot 7 taxatie euro 18.000 – 25.000
- Lot 22 taxatie euro 35.000 – 40.000
- Lot 26 taxatie 65.000 – 80.000
- Lot 28 taxatie 50.000 – 60.000
- Lot 42 taxatie 20.000 – 25.000
- Lot 73 taxatie 60.000 – 80.000
- lot 74 taxatie 120.000 – 150.000
- Lot 91 taxatie 26.000 – 35.000
Er bleven dus ook vrij veel hoog gewaardeerde lots onverkocht. Spijtig. Het was toch wel een mooie veiling. U kon hier nog het een en ander leren over de Kuba.
Nu wil ik enkele lots afzonderlijk bespreken.
Dit is een premium artikel exclusief voor abonnees




