Het moet eind vorige eeuw zijn geweest dat ik in het Louvre heb gezocht naar hun collectie Afrikaanse kunst. Ik herinner mij er weinig van. Behalve dat ik lang moest zoeken en nogal teleurgesteld was. Goed, de lat lag hoog. Kort daarvoor was ik verwend door een bezoek aan Kings of Africa (Maastricht, 1992, ons lid Erna Beumers was co-curator), en Africa. The Art of a Continent (Londen, 1995 – 1996). Naar aanleiding van die laatste tentoonstelling publiceerde de Ghanees-Britse filosoof Kwame Appiah een essay in de New York Review of Books (1996, April 24), waarin hij betoogde dat “ … noch Afrika, noch kunst – de twee leidende principes van de tentoonstelling […] – een rol speelden als inspiratiebronnen bij de creatie van de objecten in die spectaculaire tentoonstelling.” Een uitspraak die mij aanspoorde tot nadere verdieping in de vraag wat klassieke Afrikaanse kunst dan wel is.

De hal met Maternite’s, het thema Geboorte en Dood
Nu is er de Galerie des cinq continents, onlangs opnieuw ingericht en opengesteld voor het publiek; een aantal zalen met klassieke kunst uit de vijf continenten, Azië, Oceanië, Afrika, de Amerika’s en Europa. De Galerie is ingericht aan de hand van een aantal thema’s, zoals geboorte en dood, macht en authoriteit, wereldbeeld en geloof. Thema’s die fundamenteel zijn in de menselijke existentie, dwars door de culturen heen. Zij is samengesteld uit werken die afkomstig zijn uit het Louvre en uit het Musée Quai Branley – Jacques Chirac, en vijf andere musea. Ook zijn er werken in bruikleen vanuit de Federale Republiek Nigeria. Door de tentoonstelling worden rode lijnen en gemeenschappelijke perspectieven zichtbaar die ondanks alle verschillen verbindingen vormen tussen de verschillende culturen. Door de opstelling gaan de werken een dialoog en soms ook een confrontatie met elkaar aan.


Symbolen van macht. Links: Lefem, een beeld van een koning, Kameroen, 19de eeuw. Rechts: Aelius Ceasar, Italië, 2de eeuw na Chr.
Op 29 januari 2026 vond in het Auditorium Michelle Laclotte van het Louvre een paneldiscussie plaats tussen Souleymane Bachir Diagne en Alisa LaGamma naar aanleiding van de opening van de Galerie des cinq continents en de herinrichting van de Michael C. Rockefeller vleugel in het Metropolitan Museum in New York. In de Rockefeller vleugel toont het “Met” zijn collectie kunst uit de Amerika’s, Oceanië en Afrika.

Souleymane Bachir Diagne is filosoof, professor aan de Columbia University in New York, opegeleid in Senegal, Frankrijk en de Verenigde Staten; een man van drie continenten. Hij was houder van de Louvre-leerstoel 2024 en adviseur bij de inrichting van de Galerie des cinq continents. Alisa LaGamma is curator voor Afrikaanse kunst bij het Metropolitan Museum of Art, en leidde de renovatie van de Rockefeller vleugel.
LaGamma wees op de shock die door de kunstwereld ging toen Jacques Chirac niet-westerse kunst op een gelijkwaardig niveau plaatste als de westerse kunst, in 2000, met de opening van het Pavillon des Sessions in het Louvre, een voorloper van de Galerie des cinq continents. De overheersende opvatting was dat kunst alleen uit westerse kunst bestond, uit de grote lemma’s uit de “canon” van de westerse kunst, de klassieke oudheid, de Renaissance, de Romantiek et cetera, met – uiteraard – Parijs als het centrum. Ondanks de omarming van kunst uit Afrika door de moderne westerse kunst in Parijs in het begin van de twintigste eeuw, was er wijdverbreide weerstand tegen het idee dat deze primitieve kunst op gelijk niveau werd geplaatst als de verheven westerse kunst. Alicia LaGamma sprak over horror die te zien was op de gezichten van een aantal aanwezigen bij de opening van het Pavillon des Sessions (zie foto hieronder).

Ook Souleymane Bachir Diagne ging in op de betekenis van Jacques Chirac voor de erkenning van de niet-westerse kunst. In de opening van de Galerie ziet hij een voortzetting van de ideeën van Chirac: alle werelddelen zijn vertegenwoordigd en gaan een dialoog met elkaar aan, zonder dat de niet-westerse cultuur vertaald wordt naar het westerse idioom. Een museum hoort een podium te zijn voor een levende cultuur, met een accent op het engagement met de gemeenschap waaruit de kunst afkomstig is en erkenning van het auteurschap. Hij bedacht de term nomadisme. Daarmee doelt hij op de soms ingewikkelde en niet duidelijke weg die objecten afleggen voordat zij in een museum terecht komen. Juist door deze verplaatsing, door beweging, hebben deze objecten het vermogen om verbindingen te creëren. Dit staat haaks op een restitutiebeleid (hij spreekt over restitutionisme) dat uitgaat van culturele segregatie en strikte scheiding tussen culturen. Tegelijkertijd sprak hij – naar ik meen niet zonder bewondering of respect – over het beleid van een aantal Duitse musea. In zijn ogen hebben die geen ingewikkelde wetgeving (“Tralala législative”) nodig om tot restitutie over te gaan, uiteraard in samenspraak met de lokale autoriteiten. Hij haalde als voorbeeld de teruggave aan, in 2022, van de volledige collectie Benin-bronzen (179) aan het Comité National des Musées et Monuments de Nigeria door het MARKK, Museum am Rothenbaum. Kulturen und Künste der Welt in Hamburg.

© Metropolitan Museum – Bridgit Beyer
In de vernieuwde Rockefeller vleugel ligt het accent op de architectonische verhoudingen en de verhouding tussen de objecten en het gebouw. Een centraal element is de indrukwekkende gerestaureerde schuine glazen wand, met uitzicht op het Central Park. Deze gevel is ontworpen om veel natuurlijk licht binnen te laten zonder kunstwerken te beschadigen en vormt het hart van de vernieuwde tentoonstelling. De opzet bestaat uit drie duidelijk onderscheiden collectieruimtes, met de glazen wand als architectonische “verbindende draad”.
In de Galerie des cinq continents worden de objecten niet ingedeeld naar de werelddelen waar zij vandaan komen, maar vormen de thema’s die de verschillende werelddelen met elkaar gemeen hebben de verbindende draad..

Vier dodenmaskers uit vier verschillende culturen en tijdperken.
Er is ook kritiek. Zo is er de opvatting dat hoe dan ook het westen, de westerse musea, zich de culturele uitingen van andere culturen toeeigenen door ze in musea op te stellen. En er is kritiek op het ontbreken van de koloniale geschiedenis. De Europeanen die deze objecten naar Europa, naar de musea, brachten worden wel vermeld. Maar er is geen toelichting op de geschiedenis van de objecten voordat zij naar Europa kwamen en op de manier waarop de eerste westerse bezoeker ter plaatse de stukken heeft verworven. Zeker dit laatste punt is een juiste constatering. De vraag die blijft is: Wat dan te doen? Met de recente voorbeelden waarbij cultureel erfgoed terug wordt gebracht naar de cultuur waar dit erfgoed uit afkomstig is, en met de creatieve benadering van Suleymane Bachir Diagne ontstaat evenwel een nieuw perspectief. En de Galerie des cinq continents laat overtuigend zien dat ook niet-westerse cultuur gekenmerkt wordt door de vaardigheid van de maker, de eigen vormen en esthetiek, en de betekenis van het object in de lokale, historische context.
